Syndicaal Nieuws

Blijf op de hoogte met ons nieuwsoverzicht

Pensioenen: wat staat er op het menu van De Wever?

Pensioenen: wat staat er op het menu van De Wever?

De pensioenleeftijd ligt voortaan op 66 jaar zoals een tiental jaar geleden beslist onder de regering-Michel. Dit werkt door op verschillende niveaus die we in dit artikel kort toelichten. We bespreken ook wat er nu in 2025 concreet verandert op het vlak van pensioenen. Ten slotte blikken we vooruit naar de plannen van de nieuwe federale regering (die nog concreet moeten uitgewerkt worden).

 

1. Huidige situatie

Ben je geboren na 1 januari 1960 dan zul je vanaf 1 januari 2025 slechts vanaf 66 jaar je wettelijk pensioen kunnen opnemen. Ben je geboren na 1 januari 1964 dan wordt dat zelfs 67.
Vanaf januari 2025 verhoogt de pensioenleeftijd naar 66 jaar en hangt het moment waarop je in pensioen kan gaan af van jouw geboortedatum. Dit werd een tiental jaar geleden beslist door de regering-Michel.

Geboortedatum

Wettelijke pensioenleeftijd

Geboren vóór 01.01.1960

65 jaar

Geboren tussen 01.01.1960 en 31.12.1963

66 jaar

Geboren vanaf 01.01.1964

67 jaar


Het vervroegd pensioen is mogelijk als je voldoet aan de vereisten van een lange loopbaan:

Leeftijd

Loopbaanduur

60 jaar

44 loopbaanjaren

61 tot 62 jaar

43 loopbaanjaren

63 tot 65 jaar

42 loopbaanjaren

 

Om een voltijds pensioen te hebben, moet je 45 jaar gewerkt hebben waarbij bepaalde niet-actieve periodes meetellen, omdat ze gelijkgesteld worden met arbeid. Zo heb je op dit moment gelijkstellingen voor ziekte, werkloosheid en tijdskrediet.

2. Wat is er nu concreet veranderd in 2025?

Sinds dit jaar ligt de pensioenleeftijd op 66 jaar (om verder verhoogd te worden naar 67 jaar in 2030). Deze leeftijdsvoorwaarde heeft impact op het (onbeperkte) bijverdienen, de pensioenbonus en de opname van het aanvullend pensioen.

  1. Het minimumpensioen

Vanaf 1 januari 2025 worden de voorwaarden voor het verkrijgen van het minimumpensioen (€ 1.773,35 voor een alleenstaande) strenger. Naast een loopbaan van minstens 30 jaar van minstens 208 dagen, moet je ook een minimumaantal effectief gewerkte dagen kunnen aantonen. Concreet betekent dit dat je over een volledige loopbaan 5.000 dagen effectief gewerkt moet hebben. Deze nieuwe voorwaarde wordt geleidelijk ingevoerd en zal volledig van kracht zijn voor iedereen geboren in 1970 of later.

De berekening van het minimumpensioen wordt opgewaardeerd voor wie vóór 2002 deeltijds werkte. Vanaf nu wegen immers vijf deeltijds gewerkte jaren vóór 2002 25 % meer door in de berekening van het minimumpensioen. De reden van deze sociale correctie was om de pen­sioenkloof tussen mannen en vrouwen te dichten. Dit kan leiden tot een verhoging van bijna € 400 pensioen per jaar.

De bijkomende voorwaarde van effectieve tewerkstelling is niet van toepassing als je:

  • al met pensioen bent
  • of geboren bent vóór 1963
  • geboren bent tussen 1963 en 1968 en op 1 januari 2025 al een loopbaan van 30 jaar hebt als werknemer

  1. Bijverdienen na je pensioen?

 

Werknemers (& ambtenaren

66 jaar of 45 jaar loopbaan

Onbegrensd

<66 jaar of <45 jaar loopbaan

(= ‘vervroegd pensioen’)

Met kinderbijslag

€ 14.775,00

Max. € 7.876 uit flexi-job

Zonder kinderbijslag

€ 9.850,00

Max. € 7.876 uit flexi-job


Er is ook een bijkomende drempel voor flexi-jobs gecreëerd zoals eerder toegelicht voor mensen die vervroegd gepensioneerd zijn en de wettelijke pensioenleeftijd niet bereikt hebben of minder dan 45 jaar gewerkt hebben bij opname van het pensioen.

  1. De pensioenbonus

Vanaf dit jaar kan de pensioenbonus worden opgenomen. Je kon deze immers sinds 1 juli 2024 reeds opbouwen indien je besliste je pensioen niet op te nemen en langer te werken.

De opbouw gebeurt progressief en het bedrag van de bonus hangt af van 3 voorwaarden:

  • de manier waarop de bonus wordt uitbetaald. Je kan dit immers opnemen als een eenmalig bedrag of als een levenslange maandelijkse rente;
  • de lengte van de loopbaan;
  • hoelang je doorwerkt na de datum waarop je in (vervroegd) pensioen kunt gaan.

 Je bouwt de bonus op per dag dat je langer werkt en dat bedrag wordt jaarlijks hoger, tenzij je het voordeel van een lange loopbaan geniet (zie boven). Dan geniet je vanaf dag 1 van het hoogste bedrag.

Onderstaande tabel geeft de maximale bedragen van de bonus weer:

Gewone loopbaan/ lange loopbaan

Bonus voor jaar 1

Bonus voor jaar 2

Bonus voor jaar 3

Totaal

3 jaar langer werken

€ [3.927,51]/ [11.782,53] 

€ [7.855,02]/ [11.782,53] 

€ [11.782,53]

€ [23.565,06]/ [35.347,59]

2 jaar langer werken

€ [3.927,51]/ [11.782,53] 

€ [7.855,02] / [11.782,53]

/

€ [11.782,53]/ [23.565,06] 

1 jaar langer werken

€ [3.927,51]/ [11.782,53] 

/

/

€ [3.927,51]/ [11.782,53] 


Langer werken levert geen bijkomende rechten op en de bonus is een persoonlijk recht wat betekent dat ze niet zal meetellen voor de berekening van het overlevingspensioen.

  1. Je aanvullend pensioen

Ook hier is de verhoging van de leeftijdsgrens van belang. Er zijn immers fiscale gevolgen die spelen inzake het moment van opname. Het fiscale gunsttarief (10 %) is pas van toepassing vanaf de wettelijke pensioenleeftijd (of bij een volledige loopbaan van 45 jaar) én indien men de 3 jaren voorafgaand aan de opname effectief actief is gebleven (alhoewel ook SWT met aangepaste beschikbaarheid daaronder valt).

Het loont dus om door te werken want als je vervroegd pensioen opneemt zal het bedrag van je aanvullend pensioen belast worden aan 16,5 %.

Gelukkig is voor dat aanvullend pensioen de minimale (wettelijke) rendementsgarantie dit jaar gestegen naar 2,5 %. In onze sectoren bouwen de arbeiders een aanvullend pensioen op door het werken in de sector. Dat pensioen wordt via afhoudingen op het loon naar de respectieve pensioenfondsen gestort waar vakbonden en werkgevers samen het beheer van garanderen. De Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) bepaalt dat dit een wettelijk minimumrendement moeten opleveren. Je hebt dus recht op een minimumkapitaal. Sinds 2016 lag de wettelijke minimumrente op 1,75 % door de aanhoudende lage rentes (maar sinds dit jaar dus 2,5 %)

 

  1. Het overlevingspensioen

Het overlevingspensioen is een uitkering voor de langstlevende echtgenoot van een overleden werknemer of zelfstandige. De hoogte van het pensioen hangt af van de loopbaan en het inkomen van de overledene, en de langstlevende partner moet minstens 49 jaar en zes maanden oud zijn. Deze leeftijdsvoorwaarde stijgt naar 50 jaar voor partners die overlijden in 2025. Voldoe je niet aan die leeftijdsvoorwaarde heb je onder voorwaarden recht op een overgangsuitkering, die tijdelijk financiële steun biedt aan jongere weduwen en weduwnaars om hun herinschakeling op de arbeidsmarkt te bevorderen.

3. Wat staat er op het menu De Wever?

3.1 Het pensioen

De pensioenmalus

Vanaf 2026 kan het pensioenbedrag dalen met een zogenaamde malus. De malus bedraagt 2 % per jaar vervroegde uittrede tot 2030. Concreet: indien je wel aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen voldoet maar geen 35 loopbaanjaren van 156 dagen effectieve arbeidsprestaties én 7.020 dagen in totaal kan voorleggen, dan zal je pensioen met 2 % dalen per jaar dat je vervroegd uitstapt. De malus zal vanaf 2030 stijgen naar 4 % per jaar tot 2040 en vanaf dan zelfs 5 % bedragen. Stel dat je tegen dan op je 63 jaar wil stoppen en niet aan die 35 jaar komt, verlies je tot 20 % van je pensioen (wettelijke pensioenleeftijd is dan 67 jaar).

De pensioenbonus

Dit systeem dat net op poten staat zal niet meer opgebouwd kunnen worden na de wettelijke pensioenleeftijd en zal uitdoven tegen 2030. De loopbaanvoorwaarde zoals boven besproken wordt hieraan gekoppeld en enkel moederschapsrust, tijdskrediet met zorgmotief en geboorteverlof zullen gelijkgesteld worden met effectieve arbeidsprestaties. Vanaf dan zal de bonus het pensioenbedrag vermeerderen met 2 % tot 2030, 4 % tot 2040 en 5 % vanaf dan.

Een voorbeeld in de huidige regeling:

Dave werkt reeds 42 jaar en kan op vervroegd pensioen. Toch beslist hij om door te werken om zijn magere pensioen van 1.800 euro aan te vullen. Onder de huidige regeling zal hij 3 jaar lang € 11.782,53 bijverdienen om op 65 zijn pensioen op te nemen met een mooie bonus van € 35.347,59.

In de nieuwe regeling vanaf 2030: per jaar dat Dave lager werkt, krijgt hij € 432 per jaar extra (of € 36 per maand). Concreet zal hij na 3 jaar zijn pensioen zien stijgen met € 1.296 per jaar. Mocht Dave evenwel een riant pensioen krijgen van € 3.000, dan loopt dat bedrag op tot € 720 per jaar (of € 60 per maand).


3.2 Beperking van de gelijkstellingen

Gelijkstellingen worden in de pensioenhervormingen van de regering De Wever beperkt. SWT, landingsbanen en langdurige werkloosheid zullen minder en minder meetellen Zo zullen vanaf 2027 gelijkgestelde periodes die meer dan 50 % bedragen, niet langer meetellen in de opbouw van je pensioen en zal die drempel stijgen met 5 % per jaar tot 80 % in 2033.

Minder dan 1/5 zul je dus niet moeten gewerkt hebben want elke bijkomende dag wordt van je pensioen afgehouden. Enkel ziekte en zorgverlof wordt hier buiten beschouwing gelaten. Bovendien zal elke periode van werkloosheid, SWT of landingsbaan gelijkgesteld worden aan een beperkt fictief loon (vandaag € 32.122,36 of € 102,96 per dag). Wat je ook verdiende (en bijdroeg), mensen aan het eind van hun loopbaan worden dus bestraft.

3.3 Toegang tot het minimumpensioen verstrengd

De nieuwe regeling houdt in dat je nog steeds minstens 30 jaar moet gewerkt hebben (waarbij elk jaar 156 dagen van effectieve arbeidsprestaties moet tellen) maar dat het pensioen nu pro rata berekend wordt op basis van het aantal effectieve werkdagen (moederschapsrust, geboorteverlof en tijdskrediet met motief zorg zijn gelijkgesteld). De beperkte neutralisatie voor langdurige ziekte, valt uit de boot. De facto verdwijnt het voltijds minimumpensioen om te worden vervangen door het deeltijds minimumpensioen.


3.4 Vervroegd pensioen op 60 jaar

Deze eis die al sinds mensenheugenis door ons op de agenda geplaatst wordt, lijkt eindelijk gerealiseerd maar je moet wel 42 jaar kunnen voorleggen van minstens 234 effectief gewerkte dagen. Dat is dus een strenge loopbaanvoorwaarde.

3.5 SWT op de schop

SWT wordt afgeschaft (met uitzondering van medisch SWT). Bovendien zal ook de verhoging van instroom in het statuut van SWT om medische redenen met argusogen worden gemonitord.

4. Onze analyse

  • De regering-De Wever bespaart fors op de pensioenen van werknemers (we hebben het hier zelfs nog niet gehad over de pensioenen van ambtenaren). Daarbij zijn vooral die mensen het slachtoffer die door omstandigheden (bijv. zorg voor kinderen, ziekte of werkloosheid) niet langer aan de stengere loopbaanvoorwaarden voldoen.
  • Er is een duidelijk verband tussen eindeloopbaanproblematiek en het ziekteverzuim. Toch wordt de gelijkstelling voor landingsbanen verminderd en worden SWT en het voltijds minimumpensioen afgeschaft.
  • Er is nog steeds geen aandacht – laat staan een regeling – voor zware beroepen. 
  • De pensioenbonus is mooi maar alleen haalbaar voor wie langer kan werken. Voor een grote groep mensen is dit niet realistisch. Bovendien wordt bijverdienen na de pensioenleeftijd fiscaal nog meer bevoordeeld. Mensen met hoge pensioenen zijn ook beter af want de procentuele stijging is voor hen interessanter dan de huidige regeling (met vaste bedragen)
  • Zonder de aanwezigheid van Vooruit tijdens de onderhandelingen was het resultaat nog veel dramatischer geweest. Tot op het laatste moment zijn er sociale correcties geweest. Het is nu aan ons om onze stem te laten horen en de nieuwe regering (en pensioenminister Jambon in het bijzonder) tot rede te bewegen.