De regering De Wever is een feit. De komende vier jaar worden we federaal bestuurd door een coalitie van N-VA, MR, CD&V, Les Engagés en Vooruit. Eén ding is alvast duidelijk: de komende jaren worden geen walk in the park.
De sterkste schouders dragen niet de zwaarste lasten
De rechtse partijen N-VA en MR zijn dominant in de nieuwe regering en dat zullen we voelen. De miljarden die nodig zijn om het gat in de begroting te dichten, komen voor 2/3 op conto van de man en vrouw in de straat. Terwijl de ‘sterkste schouders’ slechts 1/9 van inspanningen dragen. Dat staat letterlijk in het regeerakkoord, zodat dit voor iedereen duidelijk is. De komende jaren worden dus moeilijke jaren. Als vakbond zullen we de druk hoog moeten houden op basis van een slim en doordacht actieplan. Bijsturingen en sociale correcties zullen we moeten afdwingen.
Vooruit en vakbonden zijn broodnodig
Vooruit heeft haar verantwoordelijkheid genomen en heeft gewogen op de onderhandelingen. Daarvoor verdient ze respect. Samen met onze vakbondsacties heeft dat ervoor gezorgd dat heel wat asociale maatregelen geschrapt werden en dat er enkele positieve dingen werden gerealiseerd. Het (voorlopige?) behoud van de automatische loonindexering is daar hét voorbeeld van. Want laat er geen twijfel over bestaan: zonder Vooruit en zonder syndicale druk, lag onze index vandaag in de prullenmand. Ook het vervroegd pensioen op 60 jaar na 42 jaar loopbaan is een verwezenlijking van links (al zijn de voorwaarden wel héél streng).
Koopkracht? Onduidelijk
Inzake koopkracht lezen we enkele positieve zaken, zoals meer nettoloon door een verhoging van de belastingvrije som (wel pas vanaf 2026) en een hoger minimumloon (conform eerder gemaakte afspraken). Al blijft het natuurlijk de vraag of deze maatregelen niet teniet worden gedaan door besparingen elders (bv. minder premies voor nachtwerk, minder overloon voor overuren, …) en hogere facturen. Zeker nu de loonmarge voor 2025-26 opnieuw nul procent bedraagt en de hervorming van de index eind 2026 weer op tafel dreigt te komen. Voor mensen die een sociale uitkering (pensioen, ziekte, …) krijgen valt er al helemaal niets te verwachten. De afschaffing van de welvaartsenveloppe is onaanvaardbaar.
Geen goed akkoord
Alles bij elkaar kunnen we dus niet zeggen dat dit regeerakkoord een goed akkoord is. De pensioenbesparingen gaan er zwaar inhakken. We moeten zogezegd allemaal langer werken om de pensioenen betaalbaar te houden. Alleen zien wij niet in hoe een metaalarbeider of vrachtwagenchauffeur (of zorgkundige, bouwvakker, leerkracht in het kleuteronderwijs, ...) dat tot 66 of 67 jaar kan volhouden. Vervroegd pensioen en landingsbanen voor oudere werknemers worden ondertussen moeilijker gemaakt. SWT wordt met onmiddellijke ingang afgeschaft (behalve medisch SWT).
Op vlak van flexibiliteit wordt de kraan wijd opengedraaid: meer 'vrijwillige' overuren, meer nacht- en weekendwerk en meer flexi-jobs. Flexi-jobs zijn misschien populair bij een deel van de bevolking, maar ze ondermijnen ook de sociale zekerheid en zetten de vaste tewerkstelling onder druk. Voor een steeds grotere groep is een flexi-job trouwens eerder een noodzaak om de facturen te kunnen betalen i.p.v. een vrije keuze om ‘iets extra’ te verdienen. Het wordt tijd dat daar ook eens bij stilgestaan wordt.
Werk aan de winkel
Als vakbond komen wij op voor de man en vrouw in de straat. Als vakbond zijn wij ook solidair met de meest kwetsbaren in onze samenleving (zieken, ouderen, werklozen, …). Dat gaan we blijven doen. In het regeerakkoord staan veel zaken die nog concreet moeten ingevuld worden. Het wordt onze taak om te zorgen dat dit op een sociale en rechtvaardige manier gebeurt. De komende jaren gaan we onze stem luid laten horen. Te beginnen met de nationale betoging op 13 februari!